Tijdens een cursus Omgaan met Verschillen weigerde een zekere Jan de gewenste voornaamwoorden te gebruiken. Op zijn naambordje liet hij zijn eigen voornaamwoorden achterwege en hij sprak iedereen aan volgens het geslacht dat hij in zijn hoofd bepaald had.
In de pauze van de cursus, nam een deelnemer het heft in handen en schreef op het naambordje achter de naam van de boosdoener ‘(lul/klootzak).’
Zijn cursusgenoten zeiden bij hervatting dat ze de aanname hadden gedaan, maar natuurlijk niet zeker waren of hij wel in het bezit was van beide attributen. De man ontstak in woede, maar ging hij het bewijs leveren?

Plaats een reactie